Muziekdoos: Vrouwelijke musicus


Free counter and web stats
Hobo


Hobo Althobo Hoboachtige instrumenten bestaan al enkele duizenden jaren. Tegen het einde van de Middeleeuwen duiken ze ook in Europa op. De hobo is in de 17e eeuw ontstaan uit de schalmei. In deze tijd was er namelijk vraag naar een schalmei-achtig instrument om binnenshuis te gebruiken (schalmeien waren ontworpen om buiten op te spelen). Later kreeg de hobo enkele kleppen maar het duurde nog tot het eind van de 19e eeuw voordat de hobo zijn uiterlijk krijgt zoals we die nu kennen. De klank van de hobo is doordringend en nasaal. De eerste hobo's werden waarschijnlijk gemaakt door de Franse familie Hotteterre. Deze familie van instrumentmakers maakten meerdere houten blaasinstrumenten: (blok)fluiten, fagotten en ook hobo's. De eerste hobo's werden gebruikt door musici aan het hof van Lodewijk XIV.
Belangrijk bij de hobo is het zogenaamde dubbelriet. Zie de afbeelding hieronder:
Baritonhobo
Riet Een kort stukje gedroogd bamboe wordt in drieën gesplitst (a); vervolgens wordt één stukje op de juiste afmetingen gesneden, en dubbel gebogen (b); daarna worden ze op een metalen stop gebonden ©; tenslotte wordt de top erafgesneden. De afzonderlijke bladen worden dan geschraapt tot ze heel erg dun zijn, zodat ze kunnen trillen (d).
In de 18e eeuw ontstonden hobo's van verschillende afmetingen, o.a. de althobo. Deze is groter en heeft in tegenstelling tot de hobo een peervormig uiteinde.
De althobo wordt ook wel Engelse hoorn genoemd, hoewel het instrument niets met de hoorn te maken heeft. Het heeft een droefgeestige klank en onderscheidt zich duidelijk van die van andere instrumenten. Helemaal links een afbeelding van een hobo, daarnaast een althobo.
Minder bekende hobotypen zijn de oboe d'amore, oboe da caccia en baritonhobo. De oboe d'amore is een kruising tussen de hobo en de althobo. De oboe da caccia is waarschijnlijk de voorouder van de althobo. In muziek van de componist Bach komen deze instrumenten af en toe voor. De baritonhobo klinkt één octaaf lager dan de hobo. Hij wordt nauwelijks gebruikt.
Een instrument dat erg verwant is aan de hobo is de heckelfoon, uitgevonden in 1904 door Wilhelm Heckel (die o.a. bekend is geworden door de Heckel-fagotten). Het instrument lijkt op de baritonhobo maar heeft een wijdere boring. Het riet dat gebruikt wordt is een soort klein fagotriet. Het geluid is wat helderder dan dat van de baritonhobo. Rechts twee afbeeldingen van resp. een baritonhobo en een heckelfoon (niet in verhouding tot de hobo en althobo).


Ennio Morricone - Theme from "The Mission" - Gabriels oboe
Antonín Dvorák - Symphonie nr. 9 - Largo
J.S. Bach - Sonate voor oboe d'amore en klavecimbel
Paul Winter - Prayer for the Wild Things